Posts tonen met het label sluis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sluis. Alle posts tonen

zaterdag 14 oktober 2017

Schelde

Maandag 9 oktober de motor weer gestart en verder de Schelde af. Naar Antoing in België. De schepen worden groter en de sluizen ook. En het duurt allemaal veel langer: over een sluis doen we nu gemiddeld anderhalf uur in plaats van een kwartiertje zoals we gewend waren in Frankrijk. Maar we kunnen nu wel de motor voluit laten draaien en varen zo'n 11 tot 11.5 km/h. Het passeren van de grens gaat geruisloos.
In Antoing meren we af aan de betonnen kaai aan bakboord.
De volgende dag varen we maar een klein stukje: tot Tournai (Doornik).
We kunnen ook niet verder want er is een staking van het brug- en sluispersoneel. In de kom midden in Tournai ligt een flinke verzameling spitsen en grotere vrachtschepen te wachten.
Eind van de middag kunnen ze door, er is kennelijk weer een akkoord. Maar wij blijven, ook nog de volgende dag. Prima plek, stroom. De stad bekeken, de zoveelste kerk bekeken en Belgisch bier gedronken.
Op donderdag 12 oktober varen we weer verder over de Schelde naar Oudenaarde. We verlaten Tournai via een soort waterpoort waar ook de zeer grote schepen gewoon onderdoor kunnen. In Oudenaarde meren we af onder een voetgangersbrug, boven de sluis.
Het was een lange dag varen voor ons doen (7 uur), vooral omdat de sluizen zoveel tijd kosten. Soms zijn we pas in de 3e ronde aan de beurt.
We zijn allebei een beetje (flink) verkouden dus vroeg naar bed. En 's avonds even de Zwitserse tegelkachel aan.
Vrijdag 13 oktober weer een lange vaardag van 7 uur. Vanaf de Schelde draaien we bakboord de ringvaart om Gent in en vlak voor de sluis van Evergem gaan we stuurboord uit de Brugse Vaart in. Dat was nog even spannend want de maximaal toegestane diepgang in dit kanaalpand is sinds 2015 1.30 meter, precies de diepgang van onze Jeanette. Maar het gaat goed en eind van de middag meren we af in de Nieuwe Vaart. Dit weekend blijven we in Gent. Zaterdag komt Jet aan boord.

maandag 19 juni 2017

De meisjes van de sluis

Over stoere vrouwen gesproken: de sluizen na Dun-sur-Meuse zijn niet meer geautomatiseerd. Ze worden met spierkracht bediend. En bij veel sluizen op dit traject is dat vrouwelijke spierkracht. Soms mag je helpen maar vaak wordt dat van de hand gewezen: ze doen het liever zelf.
Ook de bruggen zijn een stukje lager; op de voorgaande trajecten twijfelden we soms of het stuurhuis wel naar beneden geklapt moest worden want onze 4.00 m. leek er net onder door te kunnen.
Maar nu geen twijfel meer: de meeste bruggen zijn lager dan 4 m. maar wel duidelijk hoger dan 3.50 m. Dat zou te maken kunnen hebben met de lage waterstanden want op diverse panden is er sprake van onvoldoende water. Twee weken geleden hoorden we dat de laatste 5 sluizen van ons Maastraject (van Euville tot Troussey) gestremd waren en dat overigens de maximale diepgang teruggebracht was van 1.80 m. naar 1.60 m.
Een paar dagen later werd dat vaarverbod opgeheven maar sinds zaterdag 17 juni is het wederom van kracht en de weerberichten voorspellen nog geen water. Dat betekent dat ons gedachte traject: de Maas helemaal op en dan via het Vogezenkanaal naar de Saône, niet meer mogelijk is.

zondag 11 juni 2017

Ecluse automatique?

Dacht ik dat het leven in een sabbatical vooral gemakkelijk zou gaan? Dat ik mezelf met “de stroom” mee zou laten gaan en dat ik zou leren wat dat is, zonder inspanning toelaten wat gebeurt? Zonder werk zou me dat lukken. Maar nee hoor we gaan niet stroomafwaarts, haal dat maar uit je hoofd.  We varen nu al weken stroomopwaarts op de Maas/la Meuse.  Bij de sluizen worden we dan ook steevast omhoog geschut, zoals dat heet als je tegen de stroom opvaart.  Soms wordt je  1.70 m en  soms 3.50 m omhoog gebracht. Als we vijf sluizen op één dag doen zijn we zo’n 13 meter gestegen.  Om de drie tot vijf kilometer hebben we een sluis en we ervaren het als even bijkomen als de volgende sluis pas na 8 kilometer komt.
Sinds enige weken hebben we alleen nog maar automatische sluizen. Er is op zo’n sluis terrein dus geen kip te zien. Niemand die vanuit een sluishuisje meekijkt of alles wel goed gaat. Of die een helpende hand komt bieden. Of het water langzamer kan laten stijgen of dalen in de kolk.  Wellicht worden we via de camera’s bekeken. Het zijn hele oude krakkemikkige sluizen. Toch werken ze met elektronische ogen zeggen ze, waar die zijn zie je niet en wat ze waarnemen, wij weten het niet precies.  Hopelijk signaleren ze dat je de sluis helemaal bent ingevaren en dat je de sluis weer helemaal bent uitgevaren?
Wat zo grappig is, jij kunt zelf, met een heuse afstandsbediening dit soort sluizen in werking zetten.  Bij de laatste bediende sluis in Givet kregen we een afstandsbediening overhandigd met uitleg op papier.  Het begint zo: 300 honderd meter voor de sluis moet je binnen 20 meter van een bord dat op de wal staat met “ HERE HIER ICI “ op de afstandsbediening drukken. We moeten best dicht langs de wal varen om de sluis te activeren. Als er dan een lichtje gaat knipperen op het ICI bord gaat de sluis in werking.  Je vaart naar de sluis en ziet aan de groene, rode lichten waar in het proces van voorbereiding de sluis is om je schip te gaan schutten.

De éérste automatische sluis die wij namen (Mouyon) zagen we dat hij goed startte. Eén groen en één rood licht. Even later hoorde we harde hoge en lage tonen en we dachten dat we zagen dat de achterste deur niet echt sloot. We zijn terug gevaren en hebben weer de sluis geactiveerd. We zagen een auto van de VNF ( soort ANWB voor de sluizen) aankomen rijden.  De man van de VNF ging aan het werk op de sluis waarna de sluis open ging. De man reed weer weg en we zwaaiden. Eenmaal in de sluis kun je altijd rustig aanleggen, want het schutten gaat pas starten nadat jijzelf een blauwe stang omhoog getild hebt. 
Dan sluiten de deuren achter het schip en begint de sluis van voren vol te lopen. In het begin rustig en dan ineens in 10 tellen wel een hele meter. Zelfs ons schip dat niet veel ruimte heeft aan bakboord en stuurboord ligt soms te dansen op het onrustige water. Het was gelukt: we waren naar boven gebracht en we horen een geluidsignaal, de deuren voor gaan open. Ik sta voorop en zie dat de deur 10 cm opent en daarbij enorme hoge en lage harde tonen produceert. Een prachtig klankorgel hoor. Maar mijn focus was relaxed weer uit de sluis komen. De deur blijft steken, sluit weer en direct start het proces ”dat de kolk weer wordt leeg gespuit”. Hyper alert reageert Henk door achter het touw weer vast te maken. Henk belt de sluiswachters van Givet die ons veilig door de tunnel van Ham hadden geloodst. Hij hoort dat hij op het sluishuisje een telefoonnummer kan vinden om de hulp van de VNF in te roepen. Gelukkig gingen we niet steeds omhoog en naar beneden tot de hulptroepen kwamen.  
Na ruim een kwartier wachten en weer omhoog schutten ging de deur met veel prachtige, diepe kraak en tonen open. Voor mij klonk dit als helende boventonen, bevrijdend. Onze eerste ervaring met automatische sluizen was een vuurdoop. Het deed me ook denken aan mijn eerste ervaring met een computer 25 jaar geleden uit het C-prompt tijdperk. Ik voel me soms overgeleverd aan voor mij nieuwe technische ontwikkelingen en weet niet of ik zelf heb bijgedragen aan of iets mis gaat. Nu gaan de sluizen heel soepel en zijn we meestal in 20 minuten omhoog geschut en alweer voorbij de sluis.

zaterdag 3 juni 2017

Tunnel de Ham en écluse les 3 Fontaines

Vrijdag 2 juni: het gaat gebeuren! Waar we heel veel voorbereiding voor gedaan hebben en angstige dromen over hadden gaan we doen. De tunnel door....
Het hielp dat de vriendelijke brombeer sluismeester van de eeuwenoude écluse les 3 Fontaines ons diverse malen gerustgesteld had: "n'ayez pas peur".
En dat we redelijk makkelijk het stuurhuis plat hadden gelegd, de knalpijp verwijderd, de boordlichten gedemonteerd, blauwe bord verwijderd, alle schoorstenen weg en de voormast en de waslijnpalen naar beneden.
Als we het goed uitgerekend hebben zijn we nu overal lager dan 3,50 m. En het hielp ook dat we de dag er voor de situatie verkend hadden en rustig geluncht in de eveneens eeuwenoude Auberge de la Voute, de plek waar vroeger de paarden die de péniches over de Maas trokken gestald werden.


Er komt eerst een jachtje uit de sluis en er zijn 2 jachtjes voor ons. Maar dan varen we de sluis binnen: het eerste sluisje met de spitsenmaten, we passen er net in.

Voor de tunnel en vlak na de tunnel zit een sluis, de sluismeesters kunnen het hele waterpand ("bief") verlagen zodat de doorvaarthoogte die normaal 3,20 m. is, groter wordt (en de doorvaartdiepte dus lager). De Jeanette steekt 1,30 meter diep zodat de waterstand van normaal 1,80 verder verlaagd kan worden met een halve meter.

Gaat dat passen? Ja, dat gaat passen...
Het einde van de tunnel op 565,10 m. is al zichtbaar. Het begin van de tunnel is mooi rond met glad afgewerkte kanten, Maar al gauw is het een bonkig in de rotsen uitgehakt gat waar we door varen. De LED schijnwerper voor op de boeg doet het goed en ook achterop verlicht de plat neergelegde LED bouwlamp de tunnel.
Langzaam kruipen we er door. Het duurt eindeloos maar het gaat prima en eindelijk komen we weer in het daglicht, in een totaal andere wereld en met een totaal ander gevoel.

We deden het...